Niet alles wat afwijkt van het stereotype is maskeren

Het gevaar van interpreteren wat een ander zogenaamd maskeert

Mensen maskeren van alles. Niet alleen gedrag, maar ook gevoelens, behoeften, gevoeligheden, interesses, verlangens, schaamte, spanning, verwarring, woede, enthousiasme. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn. Omdat iets ooit niet veilig was. Omdat iemand anderen niet wil overweldigen. Omdat iemand heeft geleerd zich aan te passen. Omdat bepaald gedrag werd afgekeurd. Of simpelweg omdat iemand nog niet goed weet wat van henzelf is.

Dat maskeren bestaat dus. Zeker. Maar juist daarom moet je er voorzichtig mee zijn.

Want wat ik vaak zie, is dat zodra iemand bijvoorbeeld een diagnose als autisme krijgt, er niet alleen gekeken wordt naar wat zichtbaar is, maar ook meteen allerlei aannames worden gedaan over wat er dan “onder” zou zitten. Alsof er dan automatisch een bepaald innerlijk profiel bij hoort. Alsof diegene eigenlijk sociaal niet zo sterk is, dingen alleen maar aangeleerd heeft, liever geen oogcontact maakt, sociale signalen niet goed begrijpt, moeite heeft met schakelen, behoefte heeft aan veel structuur, snel overprikkeld is door geluid, licht of drukte, enzovoort.

En als iemand daar niet helemaal in past? Dan wordt er al snel gezegd: dan maskeer je dat waarschijnlijk.

Dat vind ik link.

Want dan wordt “maskeren” geen open onderzoeksvraag meer, maar een manier om iemand alsnog passend te maken binnen een bestaand plaatje. Alles wat niet klopt met het stereotype, wordt dan niet serieus genomen als mogelijk authentiek onderdeel van die persoon, maar meteen hervertaald als camouflage. En daarmee kun je iemands werkelijke profiel behoorlijk miskennen.

Misschien heeft iemand inderdaad autistische trekken. Misschien zijn er echt kenmerken die daarbij passen. Maar dat betekent nog niet automatisch dat daaronder ook een klassiek, stereotiep autistisch profiel verborgen ligt. Het kan ook zijn dat iemand gewoon anders in elkaar zit. Dat diegene juist sterk is in sociaal contact. Juist veel sociale signalen oppikt. Juist breed geïnteresseerd is. Juist slecht tegen starre kaders kan. Juist vrijheid nodig heeft. Juist uitdaging zoekt. Juist niet veel last heeft van licht en geluid, maar wel op andere manieren afwijkt van het gemiddelde.

Dan moet je dus oppassen dat je niet gaat zeggen: “ja, maar dat is niet de echte kern, dat is wat jij erbovenop hebt gebouwd.” Want soms is dat gewoon de kern. Soms past iemand maar deels in een diagnostisch kader. Soms overlappen kenmerken van autisme, ADHD, hoogbegaafdheid of andere vormen van neurodiversiteit elkaar. Soms is een profiel grillig, asynchroon of moeilijk in één hokje te vangen. En soms is precies dát de realiteit.

Het probleem ontstaat wanneer professionals, hulpverleners of anderen niet meer nieuwsgierig blijven, maar gaan invullen. Wanneer ze niet meer onderzoeken wat van iemand zelf is, maar vanuit een diagnose alvast gaan bepalen wat echt is en wat maskering zou moeten zijn. Dan loop je het risico dat je iemand niet helpt om dichter bij zichzelf te komen, maar juist verder van zichzelf afbrengt.

Dat is niet onschuldig.

Want als iemand keer op keer hoort dat hun sociale gevoeligheid, behoefte aan vrijheid, brede interesses of natuurlijke manier van contact maken eigenlijk niet “echt” zijn, maar aangeleerd of gemaskeerd, dan kan dat diep ingrijpen in hoe iemand zichzelf ziet. Dan raakt iemand vervreemd van kwaliteiten die misschien juist heel wezenlijk zijn. Dan wordt een diagnose geen hulpmiddel om jezelf beter te begrijpen, maar een bril waardoor anderen jou kleiner, platter en voorspelbaarder maken dan je bent.

Natuurlijk kan het waardevol zijn om maskering te herkennen. Zeker wanneer iemand zichzelf jarenlang heeft aangepast en daaronder lijdt. Maar dan nog moet je voorzichtig blijven. Je moet niet alleen kijken naar wat iemand onderdrukt, maar ook naar wat iemand werkelijk is. Niet alles wat afwijkt van een stereotype is verdedigingslaag. Niet alles wat sociaal, flexibel of levendig is, is aangeleerd. Niet alles wat niet past in het plaatje, zit “over” de echte persoon heen.

Soms ís dat gewoon de persoon.

En dat vraagt om iets anders dan snelle interpretaties. Het vraagt om echt kijken. Echt luisteren. Echt onderzoeken. Niet: “welk standaardprofiel zit hier verstopt?”, maar: “hoe zit deze unieke persoon eigenlijk in elkaar?”

Dat verschil is groot.

Want zodra je denkt te weten wat iemand maskeert, zonder dat zorgvuldig na te gaan, loop je het risico dat je niet iemands masker doorziet, maar iemands authenticiteit weginterpreteert.

Autisme is geen verborgen kern

Wat mij stoort in hoe er soms over autisme wordt gedacht, is dat mensen aan de ene kant zeggen dat het een spectrum is, dat ieder profiel uniek is, dat er veel variatie bestaat — maar aan de andere kant toch blijven doen alsof er ergens een soort “echt autisme” onder zit.

Alsof een diagnose niet gewoon verwijst naar een bepaald profiel, maar naar een verborgen kern die je vervolgens moet leren herkennen.

Dat vind ik een verkeerde manier van kijken.

Autisme is, zoals het nu meestal wordt opgevat, niet één ziekte met één oorzaak en één vast innerlijk mechanisme. Er kunnen allerlei ontwikkelingsroutes, genetische factoren en combinaties van eigenschappen zijn die maken dat iemand kenmerken vertoont die wij onder autisme scharen. Wat we uiteindelijk zien, is geen verborgen ziektewezen, maar een profiel: een patroon van eigenschappen, gevoeligheden, sterktes, zwaktes, behoeften en manieren van informatie verwerken.

En zo werkt het volgens mij veel vaker bij dit soort diagnoses.

Je ziet bijvoorbeeld dat iemand op sommige gebieden hoog scoort en op andere gebieden lager. Misschien is er sprake van een scheef intelligentieprofiel. Misschien is iemand verbaal of analytisch heel sterk, maar kost verwerkingssnelheid meer moeite. Misschien zijn er sociale gevoeligheden, maar juist ook veel diepgang in contact. Misschien zijn er sensorische bijzonderheden, maar niet op de manier die mensen verwachten. Misschien zoekt iemand juist vrijheid in plaats van structuur. Misschien is iemand breed geïnteresseerd in plaats van smal gefocust.

Dan heb je dus niet één klassiek plaatje dat ergens onder de oppervlakte zit, met daaroverheen wat camouflage. Dan heb je gewoon een mens met een specifiek profiel.

En dat profiel kan best gedeeltelijk overlappen met wat wij autisme noemen. Of met ADHD. Of met hoogbegaafdheid. Of met meerdere dingen tegelijk. Maar dat betekent nog steeds niet dat er één zuivere kern onder zit waar iemand naar teruggebracht moet worden.

Toch gebeurt dat wel vaak.

Zodra iemand een diagnose krijgt, ontstaan er impliciete aannames. Alsof er achter het zichtbare functioneren nóg een laag ligt die echter is dan hoe iemand zich daadwerkelijk presenteert. Als iemand sociaal vaardig is, flexibel lijkt, breed geïnteresseerd is of weinig last lijkt te hebben van bepaalde prikkels, dan wordt soms gedacht: ja, maar dat is waarschijnlijk maskering.

En daar gaat het mis.

Want dan gebruik je het idee van maskering niet meer om open en zorgvuldig te onderzoeken wat iemand heeft moeten onderdrukken of aanpassen, maar om iemand alsnog in een bekender plaatje te duwen. Alles wat afwijkt van het stereotype wordt dan verdacht gemaakt. Alsof het niet authentiek kan zijn, simpelweg omdat het niet past bij hoe autisme in het hoofd van de professional eruitziet.

Maar zo kun je iemand enorm miskennen.

Want misschien is dat sociale niet aangeleerd toneel, maar gewoon echt. Misschien is die behoefte aan vrijheid geen afweer tegen autistische structuurbehoefte, maar een wezenlijk onderdeel van iemands profiel. Misschien is die brede interesse geen camouflage, maar hoe iemand daadwerkelijk functioneert. Misschien is het ontbreken van bepaalde klassieke kenmerken geen teken dat iemand zichzelf verstopt, maar een teken dat het profiel genuanceerder ligt dan het stereotype aankan.

Dat is volgens mij het echte probleem: niet dat we profielen benoemen, maar dat we daarna doen alsof die profielen toch weer verwijzen naar één onderliggende essentie.

Terwijl het veel logischer is om gewoon te kijken naar hoe iemand zich daadwerkelijk presenteert. Waar iemand moeite mee heeft. Waar iemand juist goed in is. Welke behoeften iemand heeft. Welke omgeving past. Welke ondersteuning helpt. Niet: welk standaardverhaal hoort hierbij? Maar: hoe zit deze persoon in elkaar?

Dat lijkt me veel respectvoller en ook veel nauwkeuriger.

Want het doel van een diagnose zou moeten zijn dat iemand beter begrepen wordt, niet platter gemaakt.

En ja, ik vind het oprecht opvallend hoe vaak juist professionals hier alsnog de fout in gaan. Ze zeggen dat autisme divers is, maar interpreteren het vervolgens toch alsof er ergens een klassiek model onder verstopt zit. Dan ben je niet meer aan het kijken naar de persoon, maar naar je eigen theorie over die persoon.

En dat kan veel kwaad doen.