Gevoel kun je niet forceren

Na de sessie viel ineens het kwartje: gevoel forceren is als slaap forceren. Allebei zijn het vormen van ontspanning. Je kunt ze uitnodigen, maar je kunt ze niet afdwingen.

Ik had van mezelf verwacht dat ik op een bepaald moment iets moest voelen. Alsof kwetsbaarheid zich netjes aan een afspraak houdt. Alsof verdriet, boosheid of ontroering vanzelf verschijnen zodra ik er ruimte voor maak.

Maar zo werkt het niet.

Hoe harder ik probeerde om bij mijn gevoel te komen, hoe meer spanning eromheen ontstond. Niet omdat het gevoel er niet was, maar omdat ik er een prestatie van maakte. Ik wilde het goed doen. Op het juiste moment. In de juiste setting. Met de juiste diepte.

Eigenlijk vroeg ik van mezelf hetzelfde als bij slapen: ontspan nu. Voel nu. Laat los nu.

Dat is geen zachtheid. Dat is druk vermomd als zelfonderzoek.

Ik realiseerde me dat het niet respectvol is om van mezelf te eisen dat ik moet voelen op commando. Dus ik stop met voldoen aan die onzichtbare norm. Ik kies ervoor om meer te vertrouwen op mijn eigen ritme.

Misschien komt mijn gevoel niet wanneer ik het oproep. Misschien komt het later. Onderweg naar huis. In bed. Tijdens het schrijven. In een droom. Of op een willekeurig moment waarop ik eindelijk ophoud met trekken.

En dat mag.

Mijn gevoelsleven hoeft niet te verschijnen omdat ik het vraag. Het hoeft zich niet te bewijzen. Het hoeft niet beschikbaar te zijn op het tijdstip dat ik had bedacht.

Soms is de meest liefdevolle beweging niet dieper graven, maar ophouden met forceren.

Gewoon even zijn.

En erop vertrouwen dat wat echt gevoeld wil worden, zijn eigen weg wel vindt.