Ik wil gewoon dat alles weer normaal is
Ik haat je.
Niet een beetje. Niet netjes. Niet genuanceerd.
Ik haat je omdat je vriendelijk kunt zijn en tegelijk afstandelijk. Omdat je iets in mij kunt openen en daarna gewoon doorgaat met je dag. Omdat jij misschien allang weer met iets anders bezig bent, terwijl mijn hele systeem nog vastzit in wat er gebeurde.
En dat maakt me razend.
Want jij gaat verder. Naar je volgende afspraak. Naar je werkdag. Naar je huis. Naar je gezin. Naar je gewone, stabiele leven.
En ik zit hier.
Met een hoofd vol mist. Met een lichaam dat niet meer meewerkt. Met een leven dat een week stil kan vallen door één gesprek dat verkeerd eindigt.
Een hele week.
Een week vol ellende. Een week waarin ik nauwelijks verder kom met mijn eigen leven, terwijl jij waarschijnlijk niet eens doorhebt hoeveel impact je hebt gehad.
En ik wil niet dat dat zo is.
Ik wil gewoon dat alles weer normaal is.
Alsof ik gekidnapt word in mijn eigen hoofd
Het voelt alsof je mij kidnapt in mijn eigen hoofd.
Niet omdat je dat expres doet. Misschien heb je niet eens door hoeveel invloed je hebt. Misschien denk je dat het gewoon een sessie was die niet helemaal lekker liep. Een gesprek dat niet goed landde. Iets wat volgende week wel weer besproken kan worden.
Maar voor mij voelt het alsof ik daar blijf hangen.
Alsof jij wegloopt, terwijl een deel van mij nog in die kamer zit.
Alsof mijn leven een week stilstaat omdat ik eerst weer moet herstellen van wat er tussen ons gebeurde.
Woede die ik niet rechtstreeks durf te geven
En ik haat je misschien ook omdat ik dit niet allemaal tegen je kan zeggen.
Omdat ik bang ben dat je daar niet tegen kan. Dat je defensief wordt. Afstandelijk. Professioneel. Vriendelijk op zo’n manier waardoor ik me nog eenzamer voel.
Dus dan blijft de woede in mij rondzingen.
Ze zoekt een uitgang, maar ze mag nergens heen.
Niet naar jou.
Niet naar mezelf.
Niet naar iemand anders.
Tot ik een kussen pak en besluit dat dit kussen nu jouw hoofd voorstelt.
Weet je ook eens hoe dat voelt.
Even mijn woede eruit
En eerlijk?
Dat voelde lekker.
Niet mooi. Niet spiritueel. Niet verstandig.
Gewoon lekker.
Even niet analyseren. Even niet begrijpen waar het vandaan komt. Even niet proberen om mild te zijn, of redelijk, of invoelend.
Even alleen maar woedend zijn.
Even voelen dat er kracht in mij zit. Dat ik niet alleen maar gekwetst ben. Niet alleen maar afhankelijk. Niet alleen maar bang om verlaten te worden.
Ik ben ook boos.
Misschien is dit óók herstel
Misschien moest mijn systeem zich opnieuw instellen.
Misschien moest er iets uit. Iets wat al veel langer vastzat dan deze ene situatie. Iets wat niet netjes naar buiten kon, omdat ik steeds bang was voor de gevolgen.
Maar woede wil soms niet eerst begrepen worden.
Soms wil woede eerst bestaan.
En misschien was dat precies wat er nodig was.
Niet om iemand echt pijn te doen.
Niet om alles kapot te maken.
Maar om mezelf weer even te voelen.
Daar ben ik.
Daar is mijn grens.
Daar is mijn vuur.
En heel even voelt dat als herstel.






