Het fijne aan ziek zijn

Vandaag even niet

Het enige fijne aan ziek zijn vind ik dat ik nu niet met Simon hoef af te spreken.

Dat klinkt misschien hard. En misschien is het dat ook wel een beetje. Meestal was het best gezellig. We konden praten, naar buiten, iets drinken, een beetje rondhangen. Er waren genoeg momenten waarop ik hem oprecht graag zag.

Maar de laatste tijd voelde hij ook steeds meer als een energielek. Zijn geleun. Zijn geslijm. Zijn gedoe.

En dat ik daar vandaag even van verlost ben, voelt als winst.

Niet omdat ik een hekel aan hem heb. Meestal was het best gezellig. Maar vandaag ben ik ziek, en daardoor hoef ik even niets.

Het gesprek over hoe nu verder komt nog wel. Alleen niet vandaag.

Wat geeft energie?

Het voelt goed om weer eens echt rustig te kijken waar ik energie van krijg en waar niet.

Met Simon moet ik het nog hebben over hoe nu verder. Want de vanzelfsprekendheid is eruit. Of misschien is juist de vanzelfsprekendheid het probleem geworden.

Samen dingen doen wil ik niet meer als verplichting omdat het “iets is dat we altijd doen”. Daardoor weet ik op een gegeven moment helemaal niet meer wat ikzelf nu wel of niet wil.

Het voelt te veel als een sleur.

Als mijn eigen keuzes niet meer van mij voelen

We deden natuurlijk allemaal dingen die ikzelf in eerste instantie had uitgekozen.

Dat maakt het verwarrend.

Naar buiten gaan vond ik leuk. Samen iets actiefs doen vond ik leuk. Afspreken kon gezellig zijn.

Maar door zijn constante aanwezigheid verlies ik de verbinding met mezelf erin.

Dan is het niet meer gewoon iets doen omdat ik het wil. Dan is het iets doen met hem. Rekening houden met hem. Voelen of hij teleurgesteld is. Me afvragen of ik onaardig ben als ik geen zin heb.

En ineens weet ik niet meer wat van mij is.

Gewoon soms

Met Simon afspreken vind ik soms óók leuk.

Maar niet elke keer.

Gewoon soms.

We doen allebei ons eigen ding en ontmoeten elkaar er soms in. Geen verplichtingen. Geen verwachtingen. Geen sleur.

Dat is wat ik wil.

Niet dat iets wat één keer leuk was meteen een vaste vorm wordt. Niet dat een afspraak een soort bewijs van verbondenheid wordt. Niet dat ik moet blijven doen wat ooit goed voelde, alleen omdat het inmiddels een patroon is.

Gewoon soms, als ik er zin in heb.

Dingen die ik mis als kiespijn

Sommige vaste gewoontes begonnen me al langer tegen te staan.

Het steeds opnieuw afspreken. Het steeds opnieuw samen optrekken. En vooral de lichamelijke vanzelfsprekendheid die erin was geslopen.

Die mis ik als kiespijn.

Terwijl het allemaal dingen zijn die ik op zich best leuk kan vinden. Maar niet als het opeens moet om hem niet teleur te stellen.

Misschien ben ik daarin alweer te veel grenzen over gegaan. Gewoon steeds een beetje. Een keer toch meegaan. Een keer toch meebewegen. Een keer toch toestaan dat iets dichterbij komt dan ik eigenlijk wil.

Tot ik alleen al bij de gedachte aan afspreken onrust en irritatie voel opborrelen.

Even niets

Als ik alleen al denk aan weer iets met hem doen, voel ik onrust.

Dat wil ik niet meer. Niet zo.

Niet als verplichting. Niet als sleur. Niet als iets waarbij ik mezelf kwijtraak omdat ik te veel bezig ben met de ander niet teleurstellen.

Misschien is ziek zijn daarom even prettig.

Niet omdat ziek zijn fijn is. Maar omdat mijn lichaam voor mij doet wat ik zelf nog niet helemaal durf.

Het zet alles stil.

Vandaag geen afspraak. Geen vaste gewoonte. Geen lichamelijke vanzelfsprekendheid. Geen gesprek over hoe nu verder.

Vandaag ben ik ziek.

Vandaag hoeft er even niets.

En in dat niets voel ik eindelijk weer iets van mezelf.