Een rondje lopen om te kijken of ik nog besta

Naar buiten

Totaal geen zin.

Maar ik ga toch een ultrakort rondje lopen buiten. Gewoon om te zien hoe het gaat.

Niet omdat ik denk dat het alles oplost. Niet omdat ik ineens zin heb om gezond en verstandig te doen. Maar omdat ik ergens weet dat binnen blijven liggen me ook niet verder helpt.

Dus ik trek mijn jas aan en ga naar buiten.

Een gewone begroeting

Iemand zegt “hoi”.

Meer niet. Gewoon een voorbijganger. Een klein woord, bijna niets.

Maar ik merk dat het me raakt.

Niet op een dramatische manier. Niet alsof ik ineens moet huilen. Meer alsof er ergens een dun laagje in mij wordt aangeraakt waarvan ik niet eens doorhad dat het er nog zat.

Iemand ziet me. Of nou ja, ziet me misschien niet eens echt. Zegt alleen maar hoi omdat je dat soms doet als je iemand tegenkomt.

Maar toch komt het binnen.

Alsof ik heel even weer besta in de wereld buiten mijn hoofd. Niet alleen als iemand die ligt te piekeren, analyseren, verdwijnen of herstellen. Maar gewoon als iemand die buiten loopt en tegen wie iemand hoi zegt.

Stapje voor stapje

Weer net als toen, twee jaar geleden, toen ik besloot mijn depressieve staat te accepteren en van daaruit opnieuw op te bouwen. Stapje voor stapje.

Niet meteen beter hoeven worden. Niet meteen terug naar wie ik was. Alleen maar kijken wat er nog mogelijk is, vanaf hier.

Even alles loslaten wat ik van plan was.

Nu alleen maar focus op het hier en nu.

Oudere versies van mijzelf

En even moet ik denken aan vroeger, toen ik als tiener ook buiten liep. Met een maag die gevuld was, maar toch koud aanvoelde. Alsof mijn lichaam wel had gegeten, maar ikzelf nog ergens onderweg was blijven hangen.

Balans-experiment 1: buiten lopen doet me goed.

Het maakt me niet opeens blij of scherp. Het lost niets groots op. Maar het brengt me terug in contact met oudere versies van mijzelf.

En misschien is dat voor nu genoeg.

Niet vooruit hoeven. Niet oplossen.

Alleen even buiten zijn.

Even merken dat ik er nog ben.